Sardinië is zo’n eiland dat alles heeft – bergen, baaien, middeleeuwse dorpjes, wijn, en de beste vis die we ooit aten. In twee weken reden wij van Olbia tot Alghero in het noordwesten, met onderweg elke dag een nieuw landschap. In deze blog deel ik onze 14-daagse route, inclusief wat we écht de moeite waard vonden, waar we sliepen en wat je gerust kunt overslaan.
Dag 1 – Aankomst in Olbia en overnachten in Golfo Aranci
Na een korte vlucht vanaf Amsterdam land ik in Olbia, waar de lucht ruikt naar zee en zonnebrandcrème. De huurauto is snel opgehaald (tip: neem geen SUV, de straten zijn smaller dan je denkt). Eerste missie: zo snel mogelijk uit Olbia en op naar Golfo Aranci! We zijn vroeg geland, dus we kunnen niet direct door naar het hotel, maar dat maakt zeker niet uit.
💡 Lees hier onze tips voor een huurauto op Sardinië
Onze eerste stop is bij Spiaggia Cala Sassari, daar hebben we direct onze handdoeken uitgerold en even bijgekomen van de reis. Een laat ontbijt (of vroege lunch, net hoe je het ziet, bij Fino Beach & Restaurant. Na een paar uur zwemmen, lezen en zonnen is het tijd om de route te vervolgen naar Golfo Aranci. Onze hotelkamer is ondertussen klaar voor ons!
Wij sliepen onze eerste nacht in dit hotel. Betaalbaar, gerund door een familie en op loopafstand van de restaurants en het centrum. Het was echt perfect voor een eerste nacht.
Vanavond gaan we voor een simpele Italiaanse maaltijd bij La Pecora Viziosa. Ze hebben hier heerlijke pizza’s en het restaurant zelf is enorm sfeervol en echt typisch Italiaans. Dikke aanrader!




Dag 2 – La Maddalena-archipel: eilandhoppen in turquoise droomwater
Vroeg op (oké, relatief vroeg) en eerst een ontbijt bij het hotel. We zagen gisteren tijdens ons rondje door het dorp een leuk koffietentje, Cactus Café, en daar halen we nog een koffie to go! We vervolgen vandaag onze weg naar Palau, een dorp met een goede verbinding naar La Maddalena. Dit is de plek waar het water zó blauw is dat je je afvraagt of iemand de verzadiging heeft opgeschroefd.
Deze kiezen we ervoor om met een boottocht mee te gaan. We zijn ook weleens zelf met de ferry (en auto) naar La Maddalena gegaan, ook erg leuk!
We zijn een hele dag onderweg en kunnen aan boord eten. Daarnaast zijn er verschillende stops en hebben we heerlijk gezwommen. Echt een hele fijne en ontspannen dag! We hadden niet heel veel trek meer, dus we hebben een hoofdgerecht gedeeld bij Ristorante Il Porticciolo. Dit is echt nog een authentiek restaurant, in Palau zitten verder veel tourist traps.
Voor de aankomende 2 nachten slapen we in dit hotel met zwembad. Het is niet super luxe, maar dat zoeken we ook niet. Daarnaast is deze regio een dure plek en wij hebben geen eindeloze portemonnee mee.




Dag 3 – Dagje strand óf ga windsurfen in Porto Pollo
Vandaag staat er geen lange reisdag op de planning, we hoeven helemaal niks en alles mag. Het hotel heeft geen ontbijt en we hebben wel een keukentje, maar we zijn op vakantie. Gelukkig hebben we hier een echt een aanrader gevonden, namelijk Bea’s Bakery. Het smaakt net zo idyllisch als dat het klinkt. Dit is een kleine bakkerij met een paar tafeltjes en mijn favoriet was de wafel, Frank heeft hier alle soorten croissants uitgeprobeerd.
Vervolgens hebben we onze huurauto aan geslingerd en zijn we naar Porto Pollo gereden. Dit is één van de beste plekken op heel Sardinië om te windsurfen en daar heeft één van ons wel zin in. Ik ben op het strand gaan liggen met een boek, ieder zo zijn ding.
💡 Heb je vandaag geen zin om veel te rijden? Dan kan je ook naar Spiaggia de La Sciumara, een strand vlakbij Palau. Een paar andere tips zijn Faro di Capo d’Orso, een vuurtoren waar je via een mooie wandeling kan komen. Je kan natuurlijk ook de ferry nemen naar La Maddalena en daar La Maddalena-stad gaan ontdekken!
Dag 4 – Naar Cala Gonone
Vandaag verlaten we de jetset en trekken de binnenlanden in. De route via Tempio Pausania en Dorgali slingert door groene heuvels, kurkbomen en geurige macchia. Het is echt even een stukje rijden, maar mijn tip is om geen haast te hebben. De route is namelijk óók vakantie! We rijden naar Cala Gonone, één van mijn favoriete kustdorpjes van Sardinië. ’s Middags ploffen we neer bij Cala Fuili, een strand tussen steile rotsen waar je via een trap naartoe daalt.
Diner bij Il Nuovo Gabbiano in de haven: uitzicht op de boten, verse tonijnsteak, wijn van de buurman. Klinkt goed, toch?
We slapen de aankomende nachten in dit hotel met zwembad.




Dag 5 – De Golfo di Orosei per boot: azuurblauw paradijs
Vandaag maken we een dagtrip naar de Golfo di Orosei, maar de auto laten we staan. We gaan per boot! Er gaan hier veel boottochten vandaan, maar wij kiezen wel bewust voor een kleinschalige. Onderweg stoppen we regelmatig en het is zó fijn! De ene baai nog mooier dan de andere: Cala Mariolu, Cala Luna, Cala Biriola.
Het water is zo helder dat je je snorkelset bijna kunt thuislaten. Lunch aan boord: brood, pecorino en wijn die beter smaakt met zeelucht. Gelukkig hebben we ons goed ingesmeerd, want er was een heerlijk zonnetje de hele dag.
’s Avonds terug in Cala Gonone, moe, zout en gelukkig. Pizza bij Roadhouse Blues – niet Sardijns, wel goed.
Dag 6 – Wandelen naar Cala Goloritzé of de Gola di Gorropu
Genoeg stranden gezien, tijd voor wat actie! Er zijn twee topopties vandaag:
- Wandeling naar Cala Goloritzé – iconisch strand met een rotsboog. Circa 2 uur heen, 1,5 terug. Neem veel water en goede schoenen.
- Gola di Gorropu – een spectaculaire kloof, “de Grand Canyon van Sardinië”. Je voelt je er klein (en een beetje Indiana Jones).
Wij hebben allebei al een keer gedaan en het zijn allebei aanraders. Het strand is echt prachtig en kan je alleen bereiken met deze wandeling of per boot. Heb je zin in een groots avontuur en ben je een fanatieke hiker? Dan zeker Gola di Goroppu doen!
Na afloop rijden we naar deze accommodatie, een soort agriturismo in de bergen bij Orgosolo. De lucht is fris, het eten overvloedig en de stilte oorverdovend. Er zijn geen restaurants in de buurt, maar je kan gewoon bij de agriturismo zelf eten en dat is echt lekker! We blijven hier twee nachten slapen.
💡 Ik heb stiekem nog gekeken naar dit bijzondere hotel op Sardinië, maar het paste niet in ons budget. Wie weet ooit!
Dag 7 – Rustdag in de Barbagia: wijn, muurschilderingen en stilte
Vandaag weinig plannen. Ik ontbijt met seadas (gefrituurde deegflap met honing en kaas – beter dan het klinkt). Daarna naar Orgosolo, bekend om zijn muurschilderingen vol politieke boodschappen en dorpshumor.
’s Middags bezoeken we een wijnboerderij bij Oliena: Cantina Gostolai of Vini Sedilesu. De Cannonau-wijn slaat in als de Sardijnse zon, dus plan daarna weinig. ’s Avonds eet ik bij de agriturismo – meerdere gangen en het is echt heerlijk!
Dag 8 – Richting westkust: van bergen naar flamingo’s
Vandaag richting Oristano aan de westkust. Onderweg stop ik bij Nuraghe Su Nuraxi in Barumini – een stenen torencomplex van 3500 jaar oud. Geen idee hoe ze het gebouwd hebben, maar het is indrukwekkend en leuk voor een tussenstop.
Even verderop ligt het plateau van Giara di Gesturi, waar kleine wilde paarden rondlopen. Soms zie je ze, soms niet. Wij hadden geen geluk, maar de omgeving is prachtig en het uitzicht ook!
In de middag arriveer ik bij Cabras, een vissersdorp vlak bij Oristano. De sfeer is zilt en relaxed. Diner bij Da Pupa, bekend om bottarga (gedroogde viskuit) – klinkt heftig, smaakt fantastisch.
Hoteltips Cabras / Oristano:
- 💰 Budget: Hotel Villa Canu – vriendelijk, goed ontbijt.
- 💎 Luxe: Mariano IV Palace Hotel – elegant en centraal.
Dag 9 – Sinis-schiereiland: kwartsstranden en ruïnes
Vandaag verken ik het Sinis-schiereiland.
Eerste stop: Is Arutas, een strand van kleine kwartssteentjes die glinsteren in de zon. Het voelt alsof je over parels loopt.
Daarna naar Tharros, een oude Fenicische stad aan zee. Niet veel meer dan ruïnes, maar de locatie is magisch.
Lunch bij Ristorante Tharros, eenvoudige visgerechten met uitzicht over het water.
’s Middags naar Capo San Marco voor een korte wandeling en uitzicht op de kliffen.
’s Avonds terug in Cabras – glas wijn, voeten omhoog.
Dag 10 – Roadtrip naar Bosa via Santu Lussurgiu
De route van vandaag is misschien wel de mooiste van het binnenland.
Eerst stop ik in Santu Lussurgiu, een bergdorp vol stenen huizen, smalle straatjes en katten met attitude. Koffie bij Caffè della Piazza, tussen de locals.
Daarna kronkelt de weg naar Bosa, een kleurrijk stadje aan de rivier de Temo.
De huizen lijken een regenboog te vormen tegen de heuvel.
’s Avonds eet ik bij Sa Pischedda, Sardijnse klassiekers in een moderne setting.
De wijn? Natuurlijk Malvasia di Bosa – zoet, aromatisch, gevaarlijk lekker.
Hoteltips Bosa:
- 💰 Budget: Corte Fiorita Albergo Diffuso – kamers verspreid door de oude stad, charmant en betaalbaar.
- 💎 Luxe: Palazzo Pischedda – stijlvol hotel met terras aan de rivier.
Dag 11 – Rustdag in Bosa: kleur, wijn en water
Vandaag geen haast.
’s Ochtends slenter ik door de steegjes van de oude stad – elke muur is een fotomoment.
Daarna naar Bosa Marina voor een stranddag, of huur een Vespa en rij langs de kust richting Porto Alabe.
Lunch bij Trattoria Al Gabbiano aan zee: lokale vis, voeten in het zand.
’s Middags een glas Malvasia bij Cantina Columbu, want ja, wijn hoort bij cultuuronderzoek.
Tweede nacht in Bosa.
Dag 12 – Kustweg naar Alghero: wow in bochten
De rit van Bosa naar Alghero (via SP105) is een van de mooiste kustwegen van Europa.
De zee glinstert rechts van je, de bergen rijzen links omhoog, en elke bocht vraagt om een fotostop.
Ik stop bij Torre Argentina, een verlaten baai met turquoise water.
Een duik, een broodje, en het gevoel dat je op een filmset zit.
’s Middags arriveer ik in Alghero, met zijn Catalaanse invloeden en gezellige oude stad.
Diner bij Mabrouk – geen menu, ze brengen gewoon vijf gangen vis. Je eet wat de zee die dag gaf, en dat is altijd goed.
Hoteltips Alghero:
- 💰 Budget: Hotel Angedras – rustig, op loopafstand van de oude stad.
- 💎 Luxe: Villa Las Tronas Hotel & Spa – iconisch, direct aan zee.
Dag 13 – Alghero & Capo Caccia: grotten, kliffen en gelato
Na ontbijt (en een cappuccino die mijn zondagsrust doorbreekt) rij ik naar Capo Caccia.
Hier kun je afdalen via 654 traptreden naar de Neptune’s Grotto, een indrukwekkende zeegrot vol stalactieten. De afdaling is pittig, maar het uitzicht goed voor je humeur.
’s Middags terug in Alghero voor een ijsje bij Gelateria Igloo en een wandeling over de stadsmuren.
De avond sluit ik af met pasta bij Al Tuguri, klein, authentiek en met fantastische wijnsuggesties.
Tweede nacht in Alghero.
Dag 14 – Laatste duik en afscheid
De laatste dag voelt altijd wat melancholisch.
Ik rijd naar Spiaggia del Lazzaretto, een halvemaanvormig strand met helder water en pijnbomen. Nog één duik, nog één cappuccino.
Terug in Alghero lunch ik bij La Bifora, een terras boven de stadsmuur met uitzicht op zee.
Dan is het tijd om de auto in te leveren en terug te vliegen.
Ik vertrek met zand in mijn schoenen, een hoofd vol uitzichten en een serieuze drang om volgend jaar terug te komen.
